Kibinge

Maandag 10 oktober.

Vandaag stond er een reis naar Kibinge gepland. Omdat we eerst een zware regenbui hadden zijn we later vertrokken. Toen we eenmaal onderweg waren kwamen we de nog armere gebieden van Uganda tegen, we zelf geknutselde huizen tegen midden op de hei, gemaakt van dierenpoep en takken. Er zaten ook wel gewone huizen tegen, maar de meeste mensen wonen maar op een paar m2. Naar een reis van een uur kwamen we aan bij een boerderij van Steve. Steve heeft 1 van de beste boerderijen van het district. Hij werkt mee met de stichting ‘Kinderen voor Oeganda’. Op zijn boerderij verbouwd hij een aantal dieren en beheerd een gigantische tuin. De hele tuin stond vol met bananenplanten en koffieplanten. In samenwerking met een school heeft hij bijenkasten op zijn grond geplaatst voor de winning van honing. Vrouwen in mooie en dure kledij zorgen voor de bijen. Ze kunnen 4 keer per jaar oogsten. De koffieplanten gaan na elke regenbui weer in bloei.

 

Steve en zijn coöperatie zijn bezig met het aanleggen van een viskwekerij in zijn tuin. De meeste vissen worden gevangen in het Victoria meer, maar die is op. De vissen uit Victoria zijn veel te klein en te jong. Omdat zijn tuin bij het moeras is gevestigd is er altijd water en blijft het water schoon, zijn idee is dat alle boeren zo’n vijver gaan aanleggen en daarmee eigen vis gaan kweken die voedzamer is. De boeren kunnen deze dan zelf eten en door verkopen. Het project is nog in ontwikkelingsfase.

 

Ook vertelde Steve dat ze intensief samen werken met de boeren uit de regio, leren van elkaar en daardoor meer succeservaring krijgen. In de vakantieperiode gaat hij naar de dorpen en selecteert jongens en meisjes van mijn leeftijd om te leren werken in de tuin. De kinderen krijgen een stukje tuin en mogen onder toezicht experimenteren met gewassen. Steve werkt helemaal biologisch en komt geen chemische materialen bij kijken. Ook halen ze van bepaalde bomen de schors eraf en maken deze met een houten hamer ‘stuk’ zodat de vezels kapot gaan. Hiervan maken ze uiteindelijk stevige doeken. Zelf heeft hij veel ficussen staan, de plant die overal voor goed is volgens hem. Hij wil dat er wereldwijd meer van deze bomen komen te staan en wou ons allemaal stekken meegeven.

 

Na de rondleiding zijn we naar het huis gegaan van Steve, hier hebben we geluncht, dat is heel uniek. Maar nog unieker was de lunch, een traditionele Ugandese maaltijd, weinig toeristen kunnen dit beide ervaring. Steve was zo blij met onze komst, en zijn huis is ons huis vertelde hij.

 

Na de lunch zijn we naar een school gegaan in het dorpje, daar stond een workshop op het programma van de ‘compost groep’ van het AOC Twello. We werden door een haagje van leerlingen binnengehaald en ze klapten allemaal, best een raar gevoel. We werden in groepjes verdeeld en we gingen discussiëren over wat er allemaal voor compost kon worden gebruikt. Na een tijdje zijn we met leerlingen en docenten het terrein opgegaan om te zoeken naar organische materialen voor in de compostton. Helaas was de ton nog niet helemaal af en kon deze nog niet worden gevuld. Toen we binnen in het lokaal zaten, kwamen er allemaal leerlingen kijken van alle leeftijden. Trouwens overal waar ik loop komen kinderen kijken. Opnieuw vertelde Steve hoe blij hij is met onze komst. We kregen nog een soort saluut van de leerlingen van geklap en namen weer afscheid van ze. Na het avondeten hebben we een kampvuur aangestoken en de dagen doorgesproken.

 

 

Het rare blijft is dat je als blanke overal wordt aangekeken. Een deel van de mensen is zo blij dat we langs komen dat ze mee rennen met de bus en ander gedeelte kijkt best eng naar ons. Vooral toen ik alleen met de studente op het Hoys College liep keken ze mij allemaal aan.P1190731

Dit bericht is geplaatst in Geen categorie. Bookmark de permalink.